Wat adviseert u de klant: Waardebepaling of taxatie?

De waardebepaling is in opmars. Omdat verzekeraars die gratis aanbieden, met een garantie tegen onderverzekering, lijkt het ideaal voor de klant. Maar is dat wel altijd zo? Of is de klant soms beter af met een taxatie? De Van Lanschot Chabot-zaak die in 2015 in het nieuws kwam, laat zien dat een verkeerd advies een intermediair in de problemen kan brengen. Waarom? Omdat hij dan niet voldoet aan de zorgplicht.

Sinds een verzekeraar de waardebepaling zo’n tien jaar geleden introduceerde, is deze behoorlijk populair geworden. Dit verzekeringsproduct sprak een nieuwe klantengroep aan, maar ging voor een deel ook ten koste van de taxatie.

TAXATIE VERSUS WAARDEBEPALING

Wat zijn de verschillen tussen taxatie en waardebepaling?

  • Bij een taxatie wordt de verzekerde som vastgesteld door een daarvoor opgeleide taxateur, op basis van een uitgebreid bezoek aan de klant. Ter plaatse taxeert hij alle afzonderlijke objecten en hij neemt de omschrijving en waarde ervan op in een gedetailleerd rapport.
  • Bij een waardebepaling vormt een deskundige – dit hoeft geen taxateur te zijn – zich in korte tijd (ongeveer een uur) een beeld van de verzekerde som. Dit gebeurt soms ter plekke, maar steeds vaker op afstand. De waardebepaler stelt de te verzekeren waarde vast aan de hand van (standaard) vragen, eventueel aangevuld met beeldopnamen van de klant. Het resultaat is een globale inschatting van de waarde. Beide varianten kennen een garantie tegen onderverzekering.

WEET WAT U ADVISEERT

De waardebepaling, die verzekeraars vaak gratis aanbieden, lijkt een laagdrempelige oplossing voor de klant. In plaats van zelf een poging te doen de verzekerde waarde vast te stellen, kan hij nu zonder kosten een deskundige inschakelen. Dit brengt hem bij schade in een betere positie.

In de praktijk ligt het ingewikkelder. Bedrijven denken getaxeerd te zijn en voelen zich, ook door de garantie tegen onderverzekering, gerustgesteld. Maar op het moment dat er schade is, blijken de kaarten anders te liggen. De verzekeraar regelt de schade mede op basis van de dagwaardeclausule: voor alles wat op het moment van schade minder waard was dan 40 procent van de nieuwwaarde, keert hij de dagwaarde uit. Dit kan een flinke tegenvaller zijn, bijvoorbeeld bij wat oudere bedrijfsinventarissen. Zeker ook omdat de klant bij waardebepaling nog steeds premie betaalt over de nieuwwaarde. Het is bovendien een groot probleem bij monumenten en andere oude gebouwen. Omdat een waardebepaling slechts een grove schatting is, is de kans groot dat bij schade de herstelwerkzaamheden voor eigen rekening zijn.

Is er sprake van een taxatie – en dus een goede onderbouwing van de verzekerde som – dan keert de verzekeraar bij schade niet uit over de dagwaarde, maar over de getaxeerde waarde. De klant krijgt in dat geval een schaderegeling op basis van de nieuwwaarde.

PREMIE EN ONAFHANKELIJKHEID

Er zijn meer verschillen tussen de taxatie en de waardebepaling. De premie bijvoorbeeld. Omdat een taxateur nauwkeurig de waarde vaststelt, betaalt de klant met een officieel taxatierapport altijd de juiste premie. Een waardebepaling leidt, door de globale waardering die er inherent aan is, tot hoge verzekerde sommen. Waardebepalers willen het risico niet lopen dat het bedrag later te laag blijkt te zijn. Een ruime inschatting van de waarde is natuurlijk prima voor de premie, maar niet prima voor de klant.

WAT KOST HET, WAT LEVERT OP?

Een taxatie is altijd duurder dan een waardebepaling. Wel wordt het verschil kleiner bij herhaalde rapportages. Taxatierapporten hebben een geldigheid van drie jaar(bedrijfsinventarissen) of zes jaar (gebouwen), bij waardebepalingen is die doorgaans vier jaar. Het herzien van een taxatierapport is relatief gemakkelijk, omdat een nauwkeurige inventarisatie van de goederen beschikbaar is. Bij een waardebepaling is dit niet het geval en vaak moet de klant betalen voor een herziening.

Een taxatie is dus duurder, maar kan de klant ook veel opleveren. Het basisidee bij schadeverzekeringen is: als je schade hebt, mag je er niet beter van worden. Maar sinds we ons baseren op artikel 7:960 van het Burgerlijk Wetboek kent dit indemniteitsprincipe een uitzondering: je mag wel voordeel hebben als de verzekerde goederen van tevoren door een deskundige zijn getaxeerd. De letterlijke wetstekst luidt:

‘De verzekerde zal krachtens de verzekering geen vergoeding ontvangen waardoor hij in een duidelijk voordeliger positie zou geraken. De vorige zin mist toepassing bij voorafgaande taxatie van de waarde van een zaak tot stand gekomen krachtens een aan een deskundige opgedragen beslissing of krachtens een beslissing van partijen overeenkomstig het advies van een deskundige.’

Het heeft de creativiteit aangewakkerd en de waardebepaling is daar een resultaat van.

WANNER WEL EEN WAARDEBEPALING? 

Moet een intermediair dan altijd een taxatie adviseren? Nee, niet noodzakelijk. Bij particuliere woningen en kleine bedrijfspanden bijvoorbeeld kan een waardebepaling nuttig zijn. De verzekeringspolissen zijn onverbiddelijk: van de getaxeerde waarde wordt niet afgeweken, niet naar boven en niet naar beneden. Een waardebepaling laat hier wel ruimte voor, vaak tot 30 procent boven de verzekerde som. Een klant die met een herbouwwaardemeter zelf de waarde van zijn pand heeft vastgesteld maar ernaast blijkt te zitten, komt bij schade tekort. Heeft hij die verantwoordelijkheid doorgeschoven naar een waardebepaler, dan loopt hij minder risico. En dat terwijl het hem niets kost.


ZORGPLICHT VAN HET INTERMEDIAR

Wie een verzekeringsproduct aan- schaft, dient een goed advies te krijgen, afgestemd op zijn behoeften. Een goede informatievoorziening
is daar een onderdeel van. Op deze zorgplicht worden tussenpersonen een schade-uitkering op basis van de dagwaarde kan enorm tegenvallen en verzekeraars steeds meer afgerekend. In de dagelijkse praktijk zien we regelmatig dat klanten het verschil tussen een waardebepaling en een taxatie niet of niet voldoende kennen. Ze denken bijvoorbeeld goed verzekerd te zijn, maar zijn een enorme illusie armer als ze bij schade op de kleine lettertjes worden gewezen. Dan blijkt dat ze niet de nieuwwaarde krijgen vergoed, maar enkel de dagwaarde. Het is zorgelijk dat veel tussenpersonen een waardebepaling adviseren, ook als de klant veel beter af is met een taxatie. De vraag is: voldoe je als intermediair dan nog aan je zorgplicht?

NEEM GEEN ONODIGE RISICO’S

Dat het niet voldoen aan de zorgplicht een steeds groter risico vormt voor het intermediair bleek in 2014 uit de Van Lanschot Chabot-zaak (Hof Amsterdam, 25 februari 2014).

De tussenpersoon werd veroordeeld tot een schadevergoeding van ongeveer acht ton, omdat niet nadrukkelijk genoeg een taxatie was geadviseerd aan de klant. Natuurlijk heeft de klant ook een eigen verantwoordelijkheid. Wil die echt niet, dan houdt het op. Zorg dan wel dat u alle afspraken duidelijk vastlegt in een dossier, zodat bij problemen te bewijzen is dat aan je zorgplicht is voldaan. Uit de Van Lanschot Chabot-zaak blijkt dat één keer een taxatie adviseren onvoldoende kan zijn. Soms moet een intermediair echt wat langer aandringen.

CONCLUSIE

Het vaststellen van de juiste verzekerde som is ingewikkeld. Bezoek ter plaatse, door een deskundig taxateur, is noodzakelijk. In een enkel geval is een waardebepaling een goede oplossing voor de klant, maar meestal is die beter af met een taxatie. Aan de intermediair de taak om de klant goed te adviseren. Zeker ook omdat de zorgplicht flinke risico’s meebrengt. Heeft een klant onverhoopt schade? Dan moet het niet alleen voor uzelf goed geregeld zijn, maar ook voor hem!

Bron: ‘De Beursbengel’